Caspar de Haan is één van de cdh bedrijven
Caspar de Haan Moonen Foilcoat Janssen

Inspiratiedag Duurzaamheid

    

Thumbnail

Header

Begin bij de bron en neem de natuur als voorbeeld


Op 18 mei 2011 vond op het terrein Strijp R in Eindhoven in de inspirerende omgeving van Piet Hein Eek Village een bijeenkomst plaats van JM Fosag en PTH Bouwnet. De studiedag stond in het teken van duurzaamheid. En waar kun je dit thema beter over het voetlicht brengen dan op deze unieke plek? Juist hier, waar alles draait om duurzaam ondernemerschap. Waar je geen beter voorbeeld ziet van het hergebruik van materialen én gebouwen. De onderwerpen 'DVGO' (duurzaam vastgoed onderhoud), 'SlimRenoveren' en 'Afval bestaat niet' maakten de betekenis en de zin van duurzaamheid compleet. Informatie volop! Inspiratie ten overvloede! Een indrukwekkende en interessante dag die bezocht werd door oud-studenten van de Fontys PTH en leden van JM Fosag. Cas de Haan van het gelijknamige onderhoudsbedrijf mocht als dagvoorzitter en bestuurslid van JM Fosag ruim tachtig aanwezigen verwelkomen.

 

Bewustwording

Duurzaamheid is niet meer weg te denken in de bouw- en vastgoedonderhoudssector. Toch moet er volgens Johan Glorie van het Verf Advies Centrum nog veel gedaan worden aan de bewustwording. Een van zijn doelen op korte termijn. Johan Glorie is manager opleiding en innovatie en geeft tijdens deze bijeenkomst een presentatie over zijn onderzoek DGVO. Het onderzoek waaraan twintig corporaties en twintig schilders- en onderhoudsbedrijven hebben meegedaan, heeft zich beperkt tot de buitenschil van woningen. Alleen de kenmerken op de eindproducten zijn onder de loep genomen en niet de productieprocessen. Het ging de onderzoekers vooral om producten die langer mee moeten gaan. En producten die niet schadelijk zijn voor de mens. Dus zowel duurzaam als schoon! In het onderzoek DVGO worden toeleveranciers en fabrikanten uitgedaagd om uit te komen bij duurzame oplossingen voor duurzaam onderhoud. Reinigingsmiddelen, kitten, gevelelementen maar ook slimme oplossingen op de werkplek of om processen sneller te laten verlopen. Bij de productie van systemen wordt daar volgens Glorie nog te weinig over nagedacht. "Het zou mooi zijn als we zo min mogelijk en minimaal vervuild afval produceren."

Geen schadelijke producten

Uitgangspunt van het DVGO onderzoek was de praktijk. Wat is het gebruik van materialen en welke werkmethoden worden toegepast? Welke verbeteringen van materiaaltoepassing zijn mogelijk? Hoe zien de organisatie en de uitvoering eruit? En op welke manier kunnen duurzame verbeteringen in het beleid van opdrachtgevers en opdrachtnemers geïmplementeerd worden? Een benadering vanuit de werkvloer naar het beleid. Het onderzoek waar circa 900 onderhoudsproducten zijn geïnventariseerd op gevaarlijke stoffen heeft zich vooral gericht op bronmaatregelen. In 30% van de producten werden CMR (carcinogene, mutagene en reproductietoxische) stoffen aangetroffen die kankerverwekkend zijn en de voortplanting belemmeren. Pleidooi van Glorie is: "Begin bij de bron, gebruik geen schadelijke stoffen. Maar zet ook mensen op plekken zodat ze, vanwege de CO² uitstoot, zo min mogelijk hoeven te reizen." 

Biomimicry

Tot slot was zijn toelichting op het fenomeen biomimicry ontluisterend. Dat dieren, planten en microben volmaakte ingenieurs zijn! Zij hebben al lang uitgevonden wat werkt, wat geschikt is en vooral wat hier op Aarde duurt. Biomimicry is een nieuwe manier van kijken naar en waarderen van de natuur. Het introduceert een tijdperk dat niet is gebaseerd op wat we kunnen halen uit de natuurlijke wereld maar wat we ervan kunnen leren. De natuur heeft al veel van de problemen, waarmee wij worstelen, fantasierijk opgelost. Glorie noemt een paar voorbeelden van biomimetisme die ook mogelijkheden bieden voor de verfkolom. "Denk aan het lotuseffect in muurverven of aan de ontwikkeling van haaienhuid coating voor de scheepvaart. We moeten er nóg meer achter zien te komen hoe de natuur het doet en daarvan leren." Slotsom is dat er grote kansen voor toeleveranciers en fabrikanten liggen van bouw- en isolatiematerialen. Betrokken partijen van voorschrijvers tot verwerkers vinden duurzaamheid in hun keuzeproces belangrijk. Duurzaamheid wordt een belangrijk speerpunt als onderdeel van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Voor de hele levenscyclus van het materiaal moeten de negatieve milieuaspecten in alle fases van het proces zoveel mogelijk beperkt worden. Vanaf de winning, de productie, de bouw, de gezondheid van de bewoners tot aan de gezondheid van de afvalverwerkers. Zo komen we bij de presentatie van Yvo Wintermans uit. Hij is teamleider product management bij afvalverwerker Van Gansewinkel en beweert glashard dat afval niet bestaat. Een titel die direct triggert en de oortjes van de aanwezigen op scherp zet.

Afval bestaat niet

Het klinkt inderdaad nogal tegenstrijdig voor een afvalverwerker om te stellen dat afval niet bestaat. Yvo Wintermans maakt duidelijk: "Als je iets bedenkt en iets maakt dan heb je afval ofwel take, make & waste. Overal waar gewerkt en geleefd wordt, ontstaat afval. Dat afval wordt meestal vroeg of laat verwijderd, opgeruimd of vernietigd. Afval is in de ogen van de meeste mensen ongewenst." Van Gansewinkel denkt daar anders over en ziet het als haar taak om helemaal niets weg te gooien. Weggooien levert op de lange termijn geen enkele bijdrage. Niet aan bedrijven en niet aan de maatschappij. "Wij beschouwen afval dan ook niet als restproduct, maar juist als waardevol begin van een nieuwe cyclus. Zo kan afval een tweede leven krijgen en worden benut voor nieuwe grondstoffen en energie. De beschikbaarheid van grondstoffen is nu eenmaal eindig en dwingt ons tot een andere manier van denken." 

Bij de voordeur

Met zijn statement slaat Wintermans een brug naar Piet Hein Eek. In de rondleiding door zijn Eek Village maakte Eek duidelijk dat hij juist de andere kant op denkt dan de traditionele cyclus. C2C (cradle-to-cradle) paste hij toe voordat het woord bestond. Zijn producten worden gemaakt uit afval en krijgen daardoor een tweede leven. Daarmee heeft hij het C2C begrip tot een wereldbegrip gemaakt. Vijftien jaar geleden was afval vies, kostte het alleen maar geld. Toen kwam er een kentering en is Van Gansewinkel gaan onderzoeken hoe ze het bij 'de voordeur' anders kunnen doen. "Zo helpen wij bedrijven om al in het productieproces afval te voorkomen, te scheiden en te hergebruiken. Wij zijn ambitieus en denken mee over de producten die de voordeur van bedrijven verlaten." Yvo Wintermans geeft het voorbeeld van het nieuwe Senseo apparaat dat voor een groot deel uit gerecyclede grondstoffen bestaat. "Ook is er een experiment met de Stichting Vlakglasrecycling Nederland voor de recycling van kitkokers." De wens die Johan Glorie eerder deze middag uitsprak om zo min mogelijk vervuild afval te produceren, sluit integraal aan op de visie van Van Gansewinkel. "Wij vangen eventueel afval zo vroeg mogelijk op door ons te verdiepen in de productontwikkeling, de bedrijfsvoering en het productieproces van onze klanten."

Nieuwe kijk op bouwen

Niet C2C maar wel gericht op het realiseren van een duurzame woningvoorraad is het concept SlimRenoveren. Met dit concept maakten Doris de Bruijn en Sean Vos de aanwezigen er op attent dat het bij hun projecten om een brede interpretatie van duurzaamheid gaat. Hier draait het niet alleen om energiebesparing maar ook om wooncomfort, bewonerstevredenheid, duurzaam materiaalgebruik en een levensduurverlening van het bestaande vastgoed. Het tweetal bedacht een manier om de naoorlogse rijtjeswoningen, waarvan er ruim twee miljoen staan in Nederland, op een slimme manier te renoveren. Het eerste renovatieconcept dat SlimRenoveren aanbiedt, is SlimRenoveren Schilrenovatie. De gevels en het dak worden verwijderd en vervangen door een geheel geprefabriceerde nieuwe woningschil. Deze is goed geïsoleerd, voorzien van nieuwe kozijnen, en kan worden afgewerkt met vrijwel ieder gevelmateriaal." Bijzonder aan dit concept is dat bewoners in hun huis kunnen blijven wonen en de gehele operatie slechts twee dagen duurt. Volgens de De Bruijn en Vos is hun concept zeer aantrekkelijk voor woningcorporaties. "Door besparing op de energiekosten kunnen huren verhoogd worden, zonder dat de woonlasten als totaal stijgen. Een belangrijk deel van de renovatie kan dan uit die marge betaald worden."

Met deze laatste presentatie nadert de succesvolle studiemiddag haar einde, gevolgd door een informeel samenzijn. Al weer een stapje verder in het bewustwordingsproces dat duurzaamheid een niet meer weg te denken begrip is in het land van onderhoud en renovatie.

Hofleverancier BannerBottom